Businesscases aanpak 14 grootschalige woningbouwlocaties

Het is algemeen bekend dat in Nederland sprake is van een flink tekort aan woningen. Dat dit implicaties heeft voor diverse beleidsterreinen krijgt ook steeds vaker aandacht. Reden voor het recent aangetreden kabinet om voor het eerst sinds 2010 weer een minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in te stellen. Het achterliggende doel is om regie te nemen op de woningmarkt én op de ruimtelijke ordening. Daarbij is een woningbouwproductie van jaarlijks minimaal 100.000 vanaf 2024 het streven om het tekort in te lopen.

Het bouwen van de woningen is een uitdaging op zich, maar het doel is nadrukkelijk om dit op een duurzame en leefbare manier in te passen. Dit vraagt om investeringen in onder meer mobiliteit en infrastructuur, groen, energie en klimaatadaptatie. Hierdoor staat veel druk op de financiële haalbaarheid van de realisatie van voldoende en betaalbare woningen.

Grootschalige woningbouwlocaties

Het Rijk heeft voor de verkiezingen al regie genomen door de totale financiële opgave in beeld te brengen. Daarbij zijn in het kader van de NOVI 14 gebieden aangewezen waar de integrale verstedelijkingsopgave prangend is en waar substantiële hoeveelheden woningen kunnen verrijzen. In totaal gaat het om 436.000 woningen en 8,4 miljoen vierkante meter vastgoedruimte in de komende twintig jaar. In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft Decisio samen met Rebel, Stadkwadraat en Fakton voor alle 14 gebieden businesscases opgesteld. Decisio heeft specifiek de businesscases voor de gebieden CID/Binckhorst, Oostflank van Rotterdam en de Oude Lijn opgesteld.

De bekostiging van de onrendabele top het voornaamste knelpunt

Het realiseren van de woningbouwambities vergt een forse financiële investering. De integrale verstedelijkingsopgave vraagt in deze 14 gebieden naar verwachting 142 miljard euro aan investeringen. Hiervan is circa 20 miljard euro vooralsnog onrendabel. Weliswaar zijn veel van de investeringsprojecten gerelateerd aan de groei van een stad, maar zij hebben ook effect op regio en land. Daarmee is de onrendabele top slechts gedeeltelijk toe te rekenen aan de vastgoedontwikkelingen in de 14 gebieden. Niettemin, uitgaande van de ’toerekenbare kosten’ in deze gebieden, resteert een onrendabele top van circa 6,6 miljard euro. Dit komt neer op gemiddeld 15.000 euro per woning.

De ‘onrendabele top’, en met name de bekostiging daarvan, is één van de voornaamste knelpunten voor het realiseren van de woningbouwopgave. Op basis van dit inzicht besloot het huidige kabinet onder meer om 7,5 miljard euro te reserveren voor de woningbouw in relatie tot investeringen in mobiliteit en infrastructuur.

Meer weten?

Benieuwd naar meer details over dit onderzoek en de gebruikte methodes: lees het hele rapport. Lees meer over andere onderzoeken op het gebied van woningbouw en (integrale) verstedelijkingsvraagstukken.